inhoudsopgave • kracht met de matrix  
Inhoud


Proloog: de parabel van de moderne geitenboer 8

Voorwoord 10

Dankwoord 13

1 Kennismaken met de matrixmethode 17
1.1 De context: Petit Europe 18
1.2 De geitenboerderij: het beleid 22
1.3 De geitenboerderij: de organisatie 26
1.4 De geitenboerderij: het personeel 29
1.5 De geitenboerderij in een matrix 32
1.6 Oefening: succesfactoren inventariseren 34

2 Wat is de matrixmethode? 37
2.1 Een pragmatische doe-het-zelfaanpak 38
2.2 Een puzzel 40
2.3 Een hulpmiddel om veranderingen op elkaar af te stemmen 42
2.4 Een combinatie van methoden 44
2.5 Oefening: ontdek je voorkeuren 46
2.6 Hoe verder in dit boek? 48

3 Hoe werkt de matrixmethode? 51
3.1 Oefening: de eerste keer 52
3.2 Een totaalbeeld vormen 54
3.3 De technische invalshoek 56
3.4 De politieke invalshoek 58
3.5 De culturele invalshoek 61
3.6 De verandermatrix 63
3.7 Oefening: een integrale sterkte/zwakteanalyse maken 66
3.8 Oefening: prioriteiten stellen 68
3.9 Oefening: veranderroutes uitzetten 69
3.10 Oefening: plotselinge verstoringen opvangen 73
3.11 Oefening: veranderingen visualiseren 75
3.12 Oefening: jargon en begrippen bespreken 79
3.13 Oefening: de matrixmethode introduceren 84

4 Waarom de matrixmethode? 87
4.1 Toenemende complexiteit hanteren 88
4.2 Verbindingen zoeken 89
4.3 Harde en zachte systemen combineren 91
4.4 Expertise van belangstellenden en belanghebbenden benutten 93
4.5 De matrix als concept gebruiken 94
4.6 Recht doen aan veelkleurigheid 96
4.7 Voor- en nadelen matrixmethode 100

5 Wanneer pas je de matrixmethode toe? 103
5.1 Als je betrokken bent op elkaar 104
5.2 Als je bijzondere momenten wilt accentueren 105
5.3 Als je je verwondert over het verloop van organisatieprocessen 106
5.4 Als je voor de vervolgprocessen wilt en kunt zorgen 107
5.5 Als je de resultaten kunt verankeren in het beleid van de organisatie 108
5.6 Als je graag knutselt 110
5.7 Als je vanuit een visie werkt en een lange adem hebt 112
5.8 Als je je wilt laten leiden door de ‘kudde’ 113
5.9 Als je van integraal denken én handelen houdt 115

6 Voor wie is de matrixmethode? 119
6.1 Jezelf: tijd, belangen en kwaliteit behartigen 120
6.2 Kritische medewerkers: leidinggevenden niet al te serieus nemen 123
6.3 Middelmanagers: je eigen feestje bouwen 124
6.4 Stafmedewerkers: integrale beleidsnota’s maken 126
6.5 Ondernemingsraden: goede afspraken maken 129
6.6 Docenten: integrale opleidingen opzetten 131
6.7 Mediators: bemiddelen bij conflicten 134
6.8 Onderzoekers: succes- en faalfactoren van pilotprojecten inventariseren 138
6.9 Studenten: inhoud managementboeken beoordelen 142
6.10 Consultants: overzicht geven 143
6.11 Oefening: projecten leiden 145

7 Hoe kun je samen de matrixmethode gebruiken? 157
7.1 Informatie uitwisselen 158
7.2 Samen de prioriteiten vaststellen 162
7.3 Resultaat- én mensgerichte functioneringsgesprekken voeren 165
7.5 Leren van anderen en van elkaar 168
7.6 Externen betrekken bij de ontwikkeling van beleid 170
7.7 Het participatieklimaat bevorderen 173
7.8 Oefening: samen de organisatie onderzoeken 176
7.9 De matrixworkshop: samen invloed uitoefenen 181
7.10 Resultaten met veel elan presenteren 193
7.11 Samen online in gesprek blijven 195

Epiloog: de parabel van de moderne geitenboer 198

Bronnen 200

Fotoverantwoording 203

Register 204

Over de auteur 207

 

terug